Emotieregulatie bij hoogbegaafde kinderen: is daar wel ruimte voor?

Emotieregulatie, is daar wel ruimte voor?

In de vakantie was ik op de website van het Kenniscentrum Hoogbegaafdheid op zoek naar specifieke informatie over onderpresteren. Op de themapagina kwam ik het onderdeel ‘Wat verstaan we onder…?’ tegen, met een hele reeks begrippen, waaronder emotieregulatie.

Enige tijd geleden schreef ik hier een blog over en ik was benieuwd hoe zij emotieregulatie omschreven.

Daar las ik: ‘Emotieregulatie: kalm blijven wanneer je boos of verdrietig bent.’

Is dat wel emotieregulatie? Een kind kan aan de buitenkant immers heel kalm zijn, terwijl het vanbinnen allesbehalve rustig is.


De vraag ontstond:
Wanneer leren we kinderen hun emoties te controleren
en wanneer leren we ze werkelijk te reguleren?

 

Is kalm zijn hetzelfde als gereguleerd zijn?

Wanneer een kind boos is, schreeuwt, huilt of met deuren slaat en vervolgens weer rustig wordt, zien we dat al snel als geslaagde emotieregulatie.

Maar we zien alleen het gedrag.

Misschien is de spanning daadwerkelijk gezakt. Maar een kind kan ook zijn boosheid inslikken, verdriet wegdrukken, zich aanpassen of zich afsluiten.

Bij emotieregulatie hoeft de emotie niet te verdwijnen. De emotie mag er zijn, terwijl een kind leert herkennen wat er bij hem gebeurt en zijn gedrag leert sturen.

Bij emotiecontrole ligt de nadruk op het beheersen of niet laten zien van boosheid, verdriet of frustratie.

Kalmte kan het resultaat zijn van regulatie, maar dat hoeft niet.

Wat gebeurt er bij een kind?

Door mijn verdere verdieping in het zenuwstelsel ben ik anders gaan kijken naar hoe kinderen op spanning kunnen reageren. Het ene kind wordt boos of agressief, een ander vlucht uit de situatie en weer een ander wordt stil of trekt zich terug.

Zulke reacties kunnen razendsnel ontstaan. Een kind bedenkt niet eerst rustig: nu word ik boos of nu trek ik me terug.

 

Daarom zijn signaleren en begrijpen zo belangrijk. Wat gebeurt er bij dit kind? Wat ging eraan vooraf? Wanneer liep de spanning op?

Want weten wat je zou moeten doen en daar op een moment van hoge spanning ook toegang toe hebben, zijn twee verschillende dingen.

‘Ik heb te veel emoties’ zei zij

In mijn eerdere blog schreef ik over twee hoogbegaafde kinderen die, onafhankelijk van elkaar, zeiden dat ze te veel emoties hadden. Destijds hield vooral de intensiteit van hun gevoelens mij bezig. Inmiddels vraag ik me ook af: wanneer gaat een kind zijn emoties eigenlijk als te veel ervaren?

 

Omdat ze voor hemzelf overweldigend zijn? Of ook doordat de omgeving moeite heeft met de manier waarop ze zichtbaar worden?

Als een emotie vooral zo snel mogelijk moet verdwijnen, kan voor een kind de boodschap ontstaan: deze emotie mag er niet zijn.

 

Misschien uiteindelijk zelfs dat een deel van hemzelf er niet mag zijn.

De reactie van de volwassene doet ertoe

Want wanneer een kind heftig reageert, gebeurt er óók iets bij de volwassene.

Een ouder kan schrikken, boos worden of zich machteloos voelen. Een leerkracht heeft daarnaast te maken met de groep en de veiligheid van andere kinderen. De behoefte om het gedrag snel te stoppen is dan begrijpelijk.

Maar wanneer een kind al overspoeld is, kan een reactie waarin het weinig begrip ervaart de spanning juist verder vergroten. 

Begrip betekent niet dat alles mag:

‘Het is oké dat je boos bent, maar ik laat niet toe dat je slaat.’

De emotie mag er zijn. Het gedrag wordt begrensd.

Daar begint ook co-regulatie: signaleren wat er bij het kind gebeurt, je bewust zijn van wat de situatie bij jezelf oproept en afstemmen op wat er nodig is.

Later, wanneer de spanning is gezakt, kun je samen onderzoeken wat er gebeurde en wat een volgende keer zou kunnen helpen..

 

De spanning van het kind en de reactie van de volwassene
kunnen elkaar versterken.

 

Elk kind heeft behoefte aan verbinding

Onlangs werkte ik met een jongen die soms agressief reageert en ook door andere kinderen regelmatig negatief wordt benaderd.

Tijdens een les vroeg hij mij om iets op een stuk karton te schrijven:

‘Wil jij mijn familie worden?’

Hij trok de woorden over en versierde het karton met bloemen.

Een collega die het zag, zei: ‘We zijn één grote schoolfamilie.’

Aan het einde van de les liep hij weg. Na een paar meter draaide hij zich om, kwam terug en gaf me nog even een knuffel.

Zo’n moment vertelt niet waarom een kind op andere momenten agressief reageert. Maar het laat wel zien wat gemakkelijk uit beeld raakt wanneer gedrag alle aandacht krijgt:

 

Achter het gedrag zit een kind.
Een kind met behoefte aan contact, verbinding en erbij horen.

Controleren of reguleren?

Kalm blijven kan het resultaat zijn van regulatie. Maar misschien begint reguleren veel eerder.

Bij signaleren wat er bij een kind gebeurt en begrijpen waar een reactie vandaan komt. Bij een volwassene die ruimte geeft aan de emotie én tegelijkertijd het gedrag begrenst.

Vanuit die co-regulatie kan een kind steeds meer zelf leren herkennen wat er bij hem gebeurt en wat hem helpt.

 

De emotie hoeft niet weg. De emotie mag er zijn.

Het kind kan stap voor stap leren wat het ermee kan doen.

Karin van Toor

Terugbelverzoek

Stel me een vraag, boek een sessie, stuur me een mailtje, om door de bomen het bos weer te zien en ook jouw mogelijkheden (of die van je kind) te benutten. Ik help je graag!

Meer inzicht in hoe jouw zoon of dochter leert leren en zijn of haar doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen toeneemt?

Onderpresteren hoogbegaafdheid

Plan je sessie hier