Eigenwijs of externaliserend gedrag bij hoogbegaafde kinderen roept vaak vragen op. Onrust, boosheid, provocerend gedrag wordt al snel gezien als lastig of storend. Maar wat als dit gedrag geen probleem is, maar een signaal?
Schoppend kwam Jaap binnen. Waar hij tijdens de inloop meestal rustig bouwde met de Magnetix, gaf hij er nu een harde trap tegen. Vervolgens zocht hij negatieve aandacht bij twee kinderen die geconcentreerd bezig waren met Minecraft. Oef. Hier is duidelijk iets aan de hand.
Gelukkig staan we met z’n tweeën in de bovenschoolse groep met hoogbegaafde kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en regelmatig externaliserend gedrag laten zien.
Dat geeft ruimte om niet meteen te corrigeren, maar eerst te kijken: wat probeert dit gedrag ons te vertellen?
Jaap is hoogbegaafd. Hij denkt snel, voelt intens en neemt zijn omgeving scherp waar. Wanneer die innerlijke intensiteit geen passende uitweg vindt, kan spanning zich uiten in gedrag.
Niet omdat een kind niet wil meewerken, maar omdat het zichzelf niet kwijt kan. Bij veel hoogbegaafde kinderen wordt gedrag als eerste gezien, en pas daarna, soms te laat, het potentieel daaronder. Ze passen zich aan, trekken zich terug of laten juist explosief zien dat iets niet klopt.
Wat mij steeds opnieuw raakt, is hoe feilloos deze kinderen aanvoelen waar het schuurt.
In het tempo. In de verwachtingen. In de mate van afstemming.
Externaliserend gedrag is zelden willekeurig. Het is een signaal van een zenuwstelsel dat overvraagd is, van een hoofd dat sneller gaat dan de omgeving kan bijbenen, of van een innerlijke behoefte die geen woorden heeft.
Van corrigeren naar dragen In mijn werk met hoogbegaafde kinderen en zeker met kinderen met externaliserend gedrag, begin ik daarom niet bij het doen, maar bij het zijn.
Wat gebeurt er van binnen? Wat vraagt dit kind, voorbij de woorden? Dat vraagt om vertraging. Om regulatie. Om volwassenen die stevig blijven staan zonder het kind te willen temmen of normaliseren.
Wanneer een kind zich werkelijk gezien voelt, ontstaat er ruimte.
Voor leren. Voor contact. Voor ontwikkeling.
Niet omdat het gedrag verdwijnt, maar omdat het niet meer hoeft te schreeuwen.
Niet in het aanpassen van het kind aan het systeem, maar in het creëren van bedding waarin het kind zichzelf kan dragen.
En ja – soms is dat eigenwijs. Maar altijd betekenisvol.
Stel me een vraag, boek een sessie, stuur me een mailtje, om door de bomen het bos weer te zien en ook jouw mogelijkheden (of die van je kind) te benutten. Ik help je graag!