Wanneer hoogbegaafdheid als probleemgedrag gezien wordt

Hoogbegaafdheid of probleemgedrag?

Tijdens de aardrijkskundeles raakt het geduld van de docent zichtbaar op. Eerder die dag ontstond er op het schoolplein al discussie omdat Daan boos reageerde toen andere kinderen zich niet aan de afgesproken regels hielden.
Nu reageert hij weer voortdurend op de uitleg in de klas en vult de lesstof aan met ontbrekende informatie over vulkanen.
Fijn toch, als hij een beetje helpt?

“Maar dat klopt niet helemaal.”
“Er zijn ook schildvulkanen.”
“Dat staat hier niet.”

Wanneer de docent hem vraagt eindelijk eens te stoppen met erdoorheen praten, reageert Daan fel, schuift boos zijn stoel naar achteren en roept:
“Maar het klopt gewoon niet.”

Voor de omgeving lijkt het op probleemgedrag: voortdurend discussie aangaan, heftig reageren, niet luisterenen moeite hebben met regels.

 

En eerlijk? Dat ís ook lastig gedrag.

 

Toch wordt hoogbegaafdheid regelmatig verward met probleemgedrag, terwijl daar vaak iets anders onder schuilgaat.

Probleemgedrag of een signaal dat iets niet passend is?

Natuurlijk lijkt het misschien een open deur dat we achter gedrag moeten kijken. Dat wordt tegenwoordig gelukkig steeds vaker gezegd. Hulp wordt pas ingeschakeld wanneer gedrag escaleert, een kind vastloopt of de situatie thuis of op school niet meer houdbaar voelt.
En zelfs dan gaat het gesprek regelmatig over wat er “met het kind aan de hand” is. Terwijl gedrag niet los gezien kan worden van de omgeving waarin een kind zich bevindt.

 

Want wat gebeurt er wanneer een kind voortdurend onvoldoende aansluiting ervaart?
Wanneer een kind zich steeds moet aanpassen?
Als er spanning ontstaat tussen wat een kind nodig heeft en wat de omgeving vraagt? 

 

Dan is gedrag soms niet het probleem zelf, maar een signaal dat er ergens iets niet passend is.

Veel hoogbegaafde kinderen ervaren de wereld intens. Ze denken diep na over situaties, merken snel op wanneer iets niet logisch of eerlijk voelt en reageren vaak sterk wanneer spanning oploopt.
Volgens Tessa Kieboom zie je bij hoogbegaafde kinderen regelmatig Zijnskenmerken terug zoals gevoeligheid, perfectionisme, kritisch denken, rechtvaardigheidsgevoel en behoefte aan authenticiteit.
Juist die kenmerken kunnen maken dat gedrag sneller zichtbaar wordt.

Waarom hoogbegaafde kinderen vaak in discussie gaan

Op het schoolplein bleef Daan doorgaan over de gemaakte afspraken bij het voetballen. Tijdens de les wilde hij gewoon de informatie aanvullen, want het kan toch niet dat het niet klopt.
Hij ging er niet tegen in omdat omdat hij bewust lastig wilde doen, maar omdat hij moeite had met iets wat in zijn ogen echt niet klopte.



Veel hoogbegaafde kinderen denken associatief en leggen snel verbanden. Ze beschikken soms over veel voorkennis op onderwerpen die hen interesseren en willen graag nuance aanbrengen of begrijpen waarom iets op een bepaalde manier wordt uitgelegd.
Daarnaast reageren veel hoogbegaafde kinderen sterk op onduidelijkheid of inconsequent gedrag.

 

Voor de omgeving lijkt het dan al snel alsof een kind: alles beter denkt te weten,voortdurend discussie zoekt
of zich moeilijk laat corrigeren. Terwijl daaronder soms juist betrokkenheid, frustratie of onbegrip zit..

Heftige emoties en boos gedrag bij hoogbegaafdheid

Wanneer de docent Daan vraagt eindelijk eens te stoppen met erdoorheen praten, loopt de spanning zichtbaar op. Daan reageert fel en schuift boos zijn stoel naar achteren. Dat soort heftige reacties zie je vaker bij hoogbegaafde kinderen wanneer spanning zich opstapelt. Sommige kinderen reageren explosief terwijl andere kinderen zich juist terugtrekken of clownesk gedrag laten zien, wat vaak duidt op onderpresteren.

Wat zichtbaar wordt aan de buitenkant, laat lang niet altijd zien wat er van binnen gebeurt.
Een kind kan tegelijk: begrepen willen worden, graag willen leren, erbij willen horen én volledig vastlopen in hoe hij dat laat zien

Kijken naar wat er achter het gedrag zit

Voor de docent is vooral het gedrag zichtbaar: de discussie, het erdoorheen praten, de boosheid en het niet luisteren.
Maar gedrag vertelt lang niet altijd het hele verhaal.

Misschien liep bij Daan de spanning al op tijdens het buitenspelen of voelde hij frustratie omdat afspraken ineens veranderden.
Waarschijnlijk voelde hij zich tijdens de les niet begrepen toen hij nuance probeerde aan te brengen.
Of stapelden prikkels en frustraties zich steeds verder op.

 

Wat zichtbaar wordt aan de buitenkant,
is vaak alleen het topje van de ijsberg.

 

Probleemgedrag - Topje van de ijsberg

Juist bij hoogbegaafde kinderen helpt het om niet alleen te kijken naar het gedrag zelf, maar ook naar wat daaronder zit.
Want achter gedrag dat lastig lijkt, zit soms: een sterk rechtvaardigheidsgevoel, intense emoties, frustratie, behoefte aan duidelijkheid, of het gevoel niet begrepen te worden. Dat betekent niet dat alles maar goed is.


Grenzen blijven belangrijk.
Maar wanneer we alleen proberen gedrag te stoppen, missen we soms de echte hulpvraag van het kind.

Slim zijn betekent niet automatisch jezelf kunnen reguleren.

Omdat hoogbegaafde kinderen vaak verbaal sterk zijn, verwachten volwassenen regelmatig dat zij zichzelf ook sociaal-emotioneel goed kunnen reguleren. Maar begrijpen wat de bedoeling is, betekent niet automatisch dat een kind op dat moment ook met spanning, frustratie of teleurstelling kan omgaan.

Weten hoe het hoort is niet hetzelfde als het ook kunnen wanneer emoties hoog oplopen.
Juist kinderen die diep nadenken en intens voelen, kunnen sterk reageren wanneer iets niet klopt, onrechtvaardig voelt of niet aansluit.

Pobleemgedrag als richtingaanwijzer

Wat helpt bij probleemgedrag van hoogbegaafde kinderen?

Natuurlijk zijn grenzen belangrijk. Maar het helpt wanneer we niet alleen proberen gedrag te stoppen, maar ook proberen te begrijpen wat een kind duidelijk probeert te maken.
Soms helpt het al enorm wanneer een kind zich gezien voelt, wanneer er ruimte is voor uitleg of wanneer er beter aangesloten wordt bij de behoefte van het kind.
Niet alles hoeft opgelost te worden.
Maar begrepen worden maakt vaak al een wereld van verschil.

Achter gedrag zit vaak een kind dat vastloopt

Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet:
“Hoe zorgen we dat dit gedrag stopt?”
Maar: “Wat maakt dat dit kind zo reageert?”

 

Want achter gedrag dat lastig lijkt, zit soms een kind dat vooral probeert overeind te blijven in een omgeving die niet goed aansluit.
In volgende blogs ga ik verder in op explosieve boosheid, frustratie en waarom sommige hoogbegaafde kinderen zich juist steeds verder aanpassen en zichzelf kwijtraken.

Samenvatting 

Gedrag van hoogbegaafde kinderen wordt regelmatig gezien als probleemgedrag. Terwijl daar vaak een intense binnenwereld, frustratie of behoefte aan begrip onder schuilgaat. Natuurlijk lijkt het logisch dat we achter gedrag moeten kijken, maar in de praktijk gebeurt dat vaak pas wanneer gedrag escaleert of een kind vastloopt. In dit bericht lees je waarom gedrag soms iets heel anders laat zien dan gedacht wordt – en waarom niet alleen naar het kind, maar ook naar de omgeving, het systeem gekeken moet worden.

Herken je jouw zoon in bovenstaande en heb je het vermoeden dat er meer schuilt achter zijn gedrag?

 

Neem dan contact op voor een vrijblijvend advies

Karin van Toor

Terugbelverzoek

Stel me een vraag, boek een sessie, stuur me een mailtje, om door de bomen het bos weer te zien en ook jouw mogelijkheden (of die van je kind) te benutten. Ik help je graag!

Meer inzicht in hoe jouw zoon of dochter leert leren en zijn of haar doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen toeneemt?

Onderpresteren hoogbegaafdheid

Plan je sessie hier